Gemeenten verkennen omslag naar inkomensbeleid met meer regie voor inwoners
Tijdens een online tribunebijeenkomst op 7 mei georganiseerd door het leeratelier Armoede-Werkplaats Sociaal Domein Arnhem en Nijmegen, gingen 28 deelnemers uit beleid, uitvoering, onderzoek en praktijk met elkaar in gesprek over de toekomst van het inkomensbeleid. Centraal stond de vraag hoe gemeenten kunnen bewegen van een complex stelsel van regelingen en controle naar een benadering waarin inwoners meer regie ervaren over hun eigen financiële situatie.
Aan tafel schoven vertegenwoordigers van vijf gemeenten aan: Peter van Zoeren (Wageningen), Gemmy Hermsen (Arnhem), Lisanne Baltussen (Nijmegen), Pim Augustinus (Venlo) en Roel Sips (Overbetuwe). Hun ervaringen met deze beleidshervormingen vormden de basis voor een verdiepend gesprek over kansen en knelpunten in de praktijk.
Complex stelsel belemmert overzicht
De bijeenkomst startte vanuit een breed gedeelde overtuiging het huidige inkomensbeleid is in de loop der jaren (te) sterk versnipperd geraakt. De opeenstapeling van regelingen, inkomensondersteuning en uitzonderingen zorgt volgens de deelnemers voor onoverzichtelijkheid en verlies van regie bij inwoners. Hoewel elke regeling een eigen doel dient, maakt de opeenstapeling van regelingen het geheel complex. Landelijk groeit dan ook de aandacht voor vereenvoudiging, met als doel meer autonomie voor inwoners. Deze beweging sluit aan bij onder meer de verklaring bestaanszekerheid van Divosa: Meer bestaanszekerheid door vereenvoudiging en hervorming en in het rapport van het Instituut voor Publieke Economie: Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid - Landelijke basis, lokaal maatwerk.
Meer regie, maar niet voor iedereen vanzelfsprekend
Tegen deze achtergrond werd verkend wat ‘meer regie’ in de praktijk betekent. Peter van Zoeren lichtte toe hoe Wageningen inwoners meer keuzevrijheid geeft via het zogenoemde Maatschappelijk Meedoen Budget. Het uitgangspunt: inwoners krijgen meer ruimte om zelf keuzes te maken en om minder afhankelijk te zijn van een wirwar aan regels. De wens voor meer regie werd breed gedeeld, en leidde ook tot nuanceringen. De vraag voor wie deze regie haalbaar is, kwam herhaaldelijk terug. Verschillen in vaardigheden, gezondheid en sociale omstandigheden spelen daarin een grote rol. Ook ontstond discussie over de grenzen van keuzevrijheid. Wat gebeurt er als inwoners keuzes maken die beleidsmatig als “onwenselijk” worden gezien? En wie bepaalt dat eigenlijk? De discussie liet zien dat gemeenten verschillend omgaan met deze dilemma’s en dat er uiteenlopende visies bestaan op de rol van de overheid.
Doen-vermogen en maatwerk cruciaal
Het begrip ‘doen-vermogen’ speelde een belangrijke rol in het gesprek. Beleidsmakers benoemden de spanning tussen het streven naar zelfredzaamheid en de realiteit van mensen die afhankelijk zijn van ondersteuning. In de praktijk wordt vaak gewerkt met budgetcoaches die inwoners begeleiden. De deelnemers waren het erover eens dat een verschuiving naar meer regie alleen kansrijk is als rekening wordt gehouden met verschillen tussen mensen. Professionals moeten ruimte krijgen om maatwerk te leveren en ondersteuning moet toegankelijk blijven.
Inbreng ervaringsdeskundigen groeit
Een ander belangrijk thema was de inzet van ervaringsdeskundigheid. De deelnemers benadrukten het belang van het betrekken van inwoners bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid. Specifiek werd gesproken over zogenoemde ‘spreidstand burgers’: Deze burgers hebben bijvoorbeeld ervaring met het opgroeien in bestaansonzekerheid en werken nu op plekken waar ze beleid mede vormgeven en uitvoeren. Ze kunnen waardevolle inzichten bieden in hoe beleid (onbedoeld) in de praktijk uitwerkt. Gemeenten blijken hier ieder op hun eigen manier invulling aan te geven. Voorbeelden variëren van structurele deelname van inwoners aan werkgroepen tot het inzetten van ervaringsdeskundigen als adviseur. Volgens de deelnemers draagt dit bij aan inclusiever en effectiever beleid.
Cultuurverandering noodzakelijk
De bijeenkomst maakte duidelijk dat de omslag naar meer regie meer vraagt dan alleen aanpassing van beleid. Het vereist een bredere cultuurverandering binnen gemeenten. Dat betekent anders kijken naar verantwoordelijkheid, risico’s en de relatie tussen overheid en inwoner. De uitvoering speelt daarbij een sleutelrol. Beleidsvernieuwing staat of valt met de manier waarop professionals ermee werken in de praktijk. Het is daarom belangrijk dat zij ruimte krijgen om de nieuwe visie eigen te maken en toe te passen. Deelnemers benadrukten dat voortdurende dialoog tussen beleid, uitvoering en bestuur essentieel is. Ook de gemeenteraad speelt een belangrijke rol, al is het soms lastig om een consistente koers te houden in een dynamische politieke context. Een langetermijnperspectief en heldere communicatie werden genoemd als belangrijke voorwaarden voor een succesvolle omslag.
Waardevolle uitwisseling
Naast de inhoudelijke inzichten bood de bijeenkomst ruimte om ervaringen uit te wisselen en het netwerk te versterken. De deelnemers spraken hun waardering uit voor de open gesprekken en de gedeelde praktijkvoorbeelden. Het leeratelier kijkt terug op een geslaagde bijeenkomst met dank aan de vijf gastsprekers, en hoopt in de toekomst vervolg te geven aan het gesprek over bestaanszekerheid en inkomensbeleid. Suggesties voor nieuwe thema’s zijn welkom.